Ouders van pasgeborene moeten binnen de 3 maanden opvangplaats vinden
Persbericht 18/01/2010
Elke ouder van een pasgeboren kind moet binnen de drie
maanden een kinderopvangplaats vinden. Ook moet iedereen kunnen betalen
naargelang zijn inkomen. Dat zijn de accenten waarop sp.a wil inzetten in de
aanloop naar de besprekingen van het kaderdecreet voor voorschoolse
kinderopvang. De volledige perstekst kan je hieronder lezen.
In plaats van maanden vooraf op zoek te gaan naar een
opvangplaats voor een pasgeborene, zouden ouders binnen de drie maanden een
opvangplaats aangeboden moeten kunnen krijgen. In de praktijk wil sp.a dat
realiseren via centrale meldpunten per regio die alle opvanginitiatieven -
erkende en gesubsidieerde opvang, onthaalouders en zelfstandige mini-crèches -
centraliseren.
Een bijkomend
voordeel van dergelijke lokale bureaus, die financieel ondersteund worden door
Kind en Gezin, is volgens de socialisten dat de bezetting van de bestaande
initiatieven in een stad of in een gemeentengroep beter in kaart gebracht zal
kunnen worden. Sp.a wil voor de inrichting van de platformen de vrijheid laten
aan lokale besturen (gemeente, OCMW) of andere organisaties.
Dergelijke
centrale platformen betekenen geenszins dat ouders geen keuzemogelijkheden meer
zullen hebben. "Ze zullen binnen een redelijke termijn een eerste aanbod
krijgen. Maar het staat hen vrij om dat te weigeren, als de crèche bijvoorbeeld
niet op hun woon-werktraject ligt", legt Vlaams parlementslid John Crombez
uit.
Om aan elk kind tot 3 jaar het recht op
kinderopvang te garanderen, meent sp.a dat er tegen 2014 25.000 nieuwe plaatsen
moeten bijkomen. John Crombez: "Laat ons niet uitgaan van de Barcelonanorm
- die 33 plaatsen per 100 kinderen onder de 2,5 jaar voorschrijft -, maar
vertrekken van de reële nood. Momenteel maakt 55 procent van de ouders gebruik
van voorschoolse kinderopvang. Als we ervan uitgaan dat er steeds meer
eenoudergezinnen zijn en dat grootouders minder instaan voor de opvang van
kleinkinderen, moeten we die 55%-regel handhaven". Dat betekent tegen 2014
een bijkomende nood van 25.000 opvangplaatsen, berekent Crombez, "want het
planbureau raamt immers 208.000 geboortes in 2014".
De financiering
van de extra plaatsen moet voor sp.a komen van een extra opzijgezet budget in
de komende jaren voor kinderopvang, waarover de regeringspartijen het al eens
raakten. Zo zal het budget voor kinderopvang in 2010 groeien met 10 miljoen
euro. In 2014 loopt dat extra budget op tot 90 miljoen euro.
Tom Dehaene
(CD&V), voorzitter van de commissie Volksgezondheid in het Vlaams
parlement, stelde eerder een stijging van 11.000 plaatsen voorop bovenop de
bestaande 90.000 plaatsen. De christendemocraten gaan er immers vanuit dat niet
zozeer de kwantiteit, maar eerder op de omkadering, de betaalbaarheid en de
kansen die ouders moeten krijgen om zelf voor hun kroost te zorgen, extra
gefinancierd moeten worden.
Tenslotte,
stellen de socialisten, moeten alle ouders kunnen betalen naargelang hun
vermogen. Van de huidige 90.000 opvangplaatsen zijn er al 67.000 waar ouders
volgens hun inkomen de opvang kunnen vergoeden, met een maximumbedrag van 25,35
euro per dag. De overige initiatieven, vooral zelfstandige crèches, en alle
bijkomende plaatsen moeten verplicht worden om toe te treden tot het
inkomensgerelateerde systeem (IKG), aldus sp.a-voorzitster Caroline Gennez.
Hiervoor is een jaarlijks budget van 34 miljoen euro voorzien. De toetreding in
het IKG-systeem moet vervolgens gekoppeld worden aan het bekomen van een vergunning.
Uniforme vergunningsvoorwaarden en uniforme inspectie zullen automatisch leiden
tot meer kwaliteit in de kinderopvang, besluit sp.a.
In de commissie
Welzijn van het Vlaams parlement zijn de hoofdlijnen van het kaderdecreet
voorschoolse opvang intussen al besproken. In de komende maanden volgt de
afwerking van het decreet.