Vandaag rondt de federale regering de tweede lezing af van de wet op het toekomstige banktoezicht. In tegenstelling tot in andere landen, is de
Belgische federale regering erin geslaagd
om, na bijna
anderhalf jaar crisis, een zo goed als lege doos te presenteren. De wet is een kader vol met volmachten, die nog alles moeten bepalen. Op een
moment dat internationale instellingen aan de alarmbel trekken omdat de banken opnieuw in hun oude gedrag hervallen, is het
bedroevend dat ons land nog geen stap verder
staat. België is één van de landen waar het
financieel systeem het zwaarst werd getroffen en waar heel wat mensen hun spaargeld verloren
hebben. In tegenstelling tot de maatregelen
die andere landen nemen, bevat deze
wet geen bankentestament en geen regulering van financiële producten. Zulke instrumenten kunnen nochtans de
dramatische impact van de crisis van 2008 in de toekomst voorkomen. Het heeft er alle schijn
van dat de federale regering hard heeft gediscussieerd over wie welke bevoegdheden krijgt in de nationale bank en in de bankcommissie, maar dat
ze geen tijd heeft gestopt in de essentie:
het organiseren van een beter toezicht, dat tenslotte faalde in België.
Een uitgebreide analyse vind je in onderstaande nota.
John Crombez (0478212763)
Nieuwe
wet op het banktoezicht helpt ons niet verder
Binnenkort
zijn we anderhalf jaar na de aanvang van de bankcrisis. De regering keurde
vandaag een soort kader - en volmachtenwet goed. Het had de bedoeling moeten
zijn om in de toekomst te vermijden wat we in deze crisis hebben meegemaakt.
John Crombez : "Bijna anderhalf jaar na de crisis is de regering er nog steeds
niet aan toegekomen om de instrumenten te voorzien die het drama van 2008 in de toekomst kunnen
vermijden. Zaken als een bankentestament en controle op elk financieel product
dat op de markt komt, zouden dat wel kunnen. De zoektocht naar een balans
tussen risicobeperking en competitiviteit is blijkbaar in België nog niet gestart. "
Men
stelt vaak de vraag of financiële crisissen kunnen vermeden worden. Sommige
wel, andere niet. Maar uit een financiële ramp als deze van de voorbije jaren
kan je wel lessen trekken om dezelfde fouten niet opnieuw te maken. Deze week
kreeg de commissie financiën en begroting van de senaat, bezoek van
afgevaardigden van de Amerikaanse en Canadese ambassade. In het eerste land is
de crisis ontstaan, in het tweede, Canada, werden de banken het minst van al
getroffen. Zoals de ambassadeur zei : 0 faillissementen, 0 euro belastingsgeld
ingestopt. Wat leren we uit het Canadese verhaal : subprime leningen zijn niet
toegelaten, er staat een plafond op hefboomfinanciering, ... Met andere woorden,
concrete maatregelen, concrete regulering.
En
wat hebben we dan in België geleerd? Bijzonder weinig zo blijkt. Er wordt op
onduidelijke wijze geschoven met bevoegdheden tussen de Nationale Bank en de
CBFA (commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen). De machtsstrijd
over de instellingen was belangrijker dan de inhoud van het toezicht. Twee, het
systemisch risico zal worden onder de loep genomen. Goed, maar het waarnemen
daarvan is in de voorbije crisis bijzonder moeilijk gebleken. Drie, er moet
coherentie in de aanpak zijn tussen de regulatoren. Wel, in België was het al gedeeltelijk
op die manier georganiseerd maar dat bleek niet echt te werken. Het micro- en
macroprudentieel toezicht werden niet coherent aangepakt, ondanks het
samenwerkingsmodel. In het ontwerp van wet dat door de regering werd
goedgekeurd, staan mogelijke instrumenten om deze coherentie zelfs binnen één
instelling opnieuw in vraag te stellen.
sp.a
stelt vast dat er veel tijd verloren is in de discussie over de topjobs in de
bankcommissie en de nationale bank. Nu al is het duidelijk aan het worden dat
de banken terug bezig zijn met de opbouw van risico, zoals dat het geval was in
de periode voor de crisis. Op dit moment zijn er strenge middelen nodig om die
risico's tegen te gaan, en ja zelfs te verbieden zoals in Canada het geval was,
en geen holle wet zonder maatregelen. Na het uitstel van de maatregelen om de
bonussen aan te pakken is dit de tweede keer dat de regering blijk geeft van de
problemen die zijn ontstaan door de banken niet bij de wortels aan te pakken.
De
BIS, de Bank voor Internationale Betrekkingen, heeft in de eerste week van het
jaar bankiers uitgenodigd om het te hebben over de opnieuw toenemende risico's
in de financiële sector. Wat werd gevreesd lijkt waar te worden. De banken zijn
gered, zijn opnieuw gefocust op snel hoge winst maken, en kijken daarbij niet
om. De urgentie om maatregelen te nemen schijnt ver weg. Zowel internationaal als
nationaal werden heel wat verklaringen afgelegd over de aanpak van de sector,
maar in de meeste gevallen blijft de uitvoering dode letter, of schuift men
concretisering door naar een verre toekomst. De sector organiseert zich ook
opnieuw om eventuele aanpassingen vanuit de wetgeving of door de regulatoren op
te vangen met creativiteit. De bedoeling is daarbij blijkbaar om zowel een
bonusstructuur te kunnen blijven hanteren die de banken zelf willen, te handelen
in risicovolle producten, risicovolle producten te creëren, en alles te focussen
op het snel terugbrengen van winstcijfers als hoogste prioriteit. Daarbij staan
de verloning van de bankiers en de dividenden van de aandeelhouders opnieuw
centraal. Het is niet anders bij andere bedrijven die vandaag ondanks hun
rendabiliteit grote groepen mensen afdanken. De constante is dat al die grote bedrijven,
in tegenstelling vaak tot de kleinere bedrijven; zich weinig aantrekken van hun
maatschappelijke rol. Bij de banken, die aan de bron lagen van het debacle, is
het dubbel zo schrijnend.
Naar
de economie die een klap werd toegebracht door de banken, wordt dus niet
omgekeken. De miljarden die door de Europese instanties tegen een zeer lage
rente in omloop worden gebracht om de economie en de kredietverlening te laten
hernemen, blijven hangen in de kassen van de banken die ze zelf aan een hoger
rendement herbeleggen. Het is bijzonder cynisch te zien dat de banken die de
economie een slag toebrachten en heel wat werkloosheid veroorzaakten, zelf het
herstel beperken om hun eigen huis eerst te herstellen.
Ondertussen
wordt geen enkel afdwingbaar signaal gegeven door de overheden opdat de banken
zich ook anders zouden moeten gedragen. Ook nu niet met deze wet; en dat is
meer dan een gemiste kans. Het heeft er alles van weg dat de discussies zijn
blijven hangen tussen de MR en de PS op het niveau van de bevoegdheden en de
postjes binnen de bankcommissie (CBFA) en de nationale bank. Het resultaat is
een wet die met moeite als een kader kan worden omschreven, bol staat van de
volmachten, die vaag blijft op essentiële zaken, en zelfs verwarring zaait.
Maar vooral, een wet die in niets kan doen geloven dat bedrijven en gezinnen
wat meer vertrouwen mogen hebben in de controle en het toezicht van de
toekomst. Het is ook zeer contradictorisch te zien dat geen 'nieuw model' wordt
afgelijnd, dat er nog heel wat onduidelijkheden zijn en er toch wordt gezegd
dat het nieuw model van toezicht in 2011 operationeel moet zijn. Kan zo'n
herstructurering wel operationeel zijn in 2011, gezien de nog grote
onduidelijkheid vandaag over bevoegdheden, personeel, nieuwe werkwijze, of gaat
men gewoon alles verder doen in een nieuw gebouw?
Het
herstructureren van de bevoegdheden naar het zogenaamde Twin Peaks model, staat
centraal in de hervorming. De uitwerking daarvan is niet voorhanden. Maar wat
meer is, het louter herschikken van de bevoegdheden tussen de CBFA en de
nationale bank is geen oplossing voor de problemen van het recente verleden.
Het herschikken van die bevoegdheden zou nuttig kunnen zijn, zelfs in een
groepering van het prudentiële enerzijds en het toezicht op de relaties financiële
instelling - klant anderzijds, maar het biedt geen oplossing voor het centrale
probleem, en dat is met name het identificeren van de risico's. Dat op twee
niveaus : de risico's die zich ophopen in de balansen van de banken, en die in
de voorbije jaren door de controle - instanties niet werden vastgesteld, en de
risico's voor de consumenten, organisaties en bedrijven, die producten werden
aangeleverd die vele keren risicovoller waren dan ze zelf verlangden. Daarbij
was één constante : de creatie en verkoop van producten die vooral voor de bank
zelf winstgevend moesten zijn, op een nietsontziende manier. Blijkbaar mag daar
voor de toekomst geen verandering in worden gebracht. Het risico voor de
algemene reële economie en voor de consument blijft, want daar geeft deze
wetswijziging geen afdoend en concreet antwoord op.
Alle
risico's uitsluiten, beheersen of wat dan ook is een illusie. Maar de risico's
die we hebben leren kennen onder controle brengen daarentegen niet. Het zou een
topprioriteit moeten zijn. Maar daartoe moeten instrumenten gecreëerd worden om
tot een model te komen dat de risico's op de twee niveaus onder controle te
brengt.
sp.a
stelt een concreet model voor dat bestaat uit drie luiken. Het bankentestament,
productlabeling, en internationale systeem - en gedragsregels.
Ten
eerste moet een bankentestament worden opgelegd. Dat testament komt er op neer
dat de banken moeten worden verplicht om jaarlijks een plan neer te leggen
waarbij ze zelf aangeven wat er moet gebeuren als het misgaat. Wat er moet
gebeuren is dat de spaarmiddelen in het traditionele bankgedeelte moeten worden
afgezonderd. Enkel dat deel mag nog kunnen rekenen op tussenkomsten van de
overheid en dus de belastingbetaler. Als dat niet gebeurt, zullen de banken er
blijven van uit gaan dat ze ongebreideld risico's mogen nemen omdat ze toch
zullen gered worden. Sp.a en anderen dienden daartoe reeds voorstellen in, in het
parlement, waar ze echter nog steeds niet werden behandeld. Alle traditionele
bankactiviteiten moeten op die manier verzekerd worden, en het moet ook zorgen
voor een beschot tegen het domino effect dat we hebben gezien , waarbij de
economie wereldwijd werd en wordt getroffen.
Ten
tweede moet een veel duidelijker opdracht worden gegeven aan de CBFA om de
producten die op de markt komen te reguleren. Producten moeten een "gezondheidslabel"
krijgen dat voor elk product duidelijk maakt hoeveel risico het bevat. De
beoordeling van de producten moet dus niet langer exclusief bij de klant
liggen, maar de verantwoordelijkheid van die inschatting moet mee bij de (een)toezichthouder
worden gelegd. Vanuit de toezichthouder doet men vooral zijn of haar best om
uit te leggen dat ze dat niet kunnen of willen, maar het is essentieel. Het
indelen van de producten in risicoklassen maakt ook dat er duidelijk kan worden
afgebakend welke producten echt kunnen beschermd worden (ook door de overheid)
en welke niet. Momenteel is het zelfs nog steeds zo dat in een aantal landen
producten 'gefabriceerd' worden die in de landen waar ze gemaakt worden niet
mogen worden verkocht. Zoiets moet onmogelijk gemaakt worden.
Deze
tweede stap maakt ook dat heel duidelijk kan worden afgebakend waarvoor en
hoeveel kapitaal moet worden vastgelegd ter bescherming van de 'normale'
producten. Dat moet zich vertalen in de kapitaalratio's van de banken in
kwestie. Als ze meer risico verkopen, moeten ze meer kapitaal aanhouden. De
garantie van de overheid voor spaarheld moet worden gefocust op de lage risico
categorie. De bijdragen aan het fonds moeten worden bepaald door het risico dat
door een bank in de markt wordt geplaatst. Als een bank er voor opteert om veel
risicovolle producten in de markt te zetten, moet ze meer bijdragen aan het
fonds voor de bescherming van de spaarmiddelen.
Ten
derde moet het voorkomen van de crisissen inderdaad gebeuren door een
internationale aanpak. Het in kaart brengen van de systemische risico's louter
op nationaal niveau heeft geen zin. Zelfs in Canada waar de banken het best
overleefden, was er "schade". En dat moet gepaard gaan met gedragsbepalende
maatregelen zoals de G20 ze op internationale schaal beloofd heeft. Maatregelen
zoals ze in Canada waren genomen zoals het plafonneren van hefboomfinanciering,
zijn maatregelen die werkten. Er is geen reden waarom maatregelen die hun nut
bewezen hebben niet internationaal zouden worden toegepast.
Dit
geheel, dit model, zorgt er voor dat meer risico's in kaart worden gebracht
door de toezichthoudende overheid. Ze legt ook op dat die overheid die
verantwoordelijkheid moet nemen, iets wat na hun falend toezicht voor en
tijdens de crisis zelfs een logische stap kan worden genoemd. Het zorgt er ten
tweede voor dat de klant veel beter wordt geïnformeerd over de bestaande
risico's. Het is geen vreemd model, in die zin dat er nu al systemen bestaan om
producten in te delen in 6 risicoklassen. Alleen, tot op heden mogen de banken
en verzekeraars er zelf een risicoticket op kleven, wat heeft geleid tot
waanzinnige toestanden. Die waanzin verder zetten zoals men nu blijkbaar van
plan is , mag geen optie zijn. Het zorgt er ten derde ook voor dat een
schijnbaar onoplosbaar probleem wordt aangepakt. Niet opgelost, maar aangepakt.
Toezichthouders en zelfs de bankiers zelf begrepen voor de crisis de financiële
producten zelf niet meer. Dat maakte dat de modellen die het risico moesten
meten, faalden. In een systeem dat gewoon zou worden verder gezet zonder
verandering, zal dat probleem blijven bestaan. Geen enkel model is toereikend
om het risico echt in kaart te brengen, laat staan te bepalen hoeveel kapitaal
er moet tegenover staan. Door het opleggen van een testament en het labellen
van de producten worden de risico's per categorie geïdentificeerd, en kan men
vaststellen hoeveel kapitaal juridisch moet verankerd worden via het testament
om er voor te zorgen dat de gewone spaargelden door voldoende kapitaal worden
gedekt als het misgaat, terwijl de risicovolle producten de wetten van de markt
zullen moeten ondergaan.
John
Crombez : " de vrees dat men er alles aan zou doen om zelfs al tijdens de
crisis de banken weer te laten overgaan tot de orde van de dag, is met het
goedkeuren door de regering van deze wet, bewaarheid geworden. Ondanks het feit
dat de parlementaire commissie een volledig en degelijk rapport leverde aan de
regering over de noodzaak van instrumenten en aanpassingen, worden er geen
maatregelen voorgesteld die de aanpak van de banken verbetert. Als de regering
dit niet snel bijstuurt, zou het parlement het dossier weer beter bij zich
nemen en de nodige maatregelen zoals het banktestament en het labelen van de
producten in wetgevend werk gieten. In het andere geval zullen we ons niet
moeten verbazen dat de crisis van 2008 snel kan gevolgd worden door een nieuwe
crisis. Want zoals de Bank voor Internationale Betrekkingen begin 2010
vaststelde : de banken zijn weer bezig. "