Wet op banktoezicht is lege doos Afdrukken

Persbericht 15/01/2010

Vandaag rondt de federale regering de tweede lezing af van de wet op het toekomstige banktoezicht. In tegenstelling tot in andere landen, is de Belgische federale regering erin geslaagd om, na bijna anderhalf jaar crisis, een zo goed als lege doos te presenteren. De wet is een kader vol met volmachten, die nog alles moeten bepalen. Op een moment dat internationale instellingen aan de alarmbel trekken omdat de banken opnieuw in hun oude gedrag hervallen, is het bedroevend dat ons land nog geen stap verder staat. België is één van de landen waar het financieel systeem het zwaarst werd getroffen en waar heel wat mensen hun spaargeld verloren hebben. In tegenstelling tot de maatregelen die andere landen nemen, bevat deze wet geen bankentestament en geen regulering van financiële producten. Zulke instrumenten kunnen nochtans de dramatische impact van de crisis van 2008 in de toekomst voorkomen. Het heeft er alle schijn van dat de federale regering hard heeft gediscussieerd over wie welke bevoegdheden krijgt in de nationale bank en in de bankcommissie, maar dat ze geen tijd heeft gestopt in de essentie: het organiseren van een beter toezicht, dat tenslotte faalde in België.

Een uitgebreide analyse vind je in onderstaande nota.

John Crombez  (0478212763)

Nieuwe wet op het banktoezicht helpt ons niet verder

Binnenkort zijn we anderhalf jaar na de aanvang van de bankcrisis. De regering keurde vandaag een soort kader - en volmachtenwet goed. Het had de bedoeling moeten zijn om in de toekomst te vermijden wat we in deze crisis hebben meegemaakt. John Crombez : "Bijna anderhalf jaar na de crisis is de regering er nog steeds niet aan toegekomen om de instrumenten te voorzien die het drama van 2008 in de toekomst kunnen vermijden. Zaken als een bankentestament en controle op elk financieel product dat op de markt komt, zouden dat wel kunnen. De zoektocht naar een balans tussen risicobeperking en competitiviteit is blijkbaar in België nog niet gestart. "

Men stelt vaak de vraag of financiële crisissen kunnen vermeden worden. Sommige wel, andere niet. Maar uit een financiële ramp als deze van de voorbije jaren kan je wel lessen trekken om dezelfde fouten niet opnieuw te maken. Deze week kreeg de commissie financiën en begroting van de senaat, bezoek van afgevaardigden van de Amerikaanse en Canadese ambassade. In het eerste land is de crisis ontstaan, in het tweede, Canada, werden de banken het minst van al getroffen. Zoals de ambassadeur zei : 0 faillissementen, 0 euro belastingsgeld ingestopt. Wat leren we uit het Canadese verhaal : subprime leningen zijn niet toegelaten, er staat een plafond op hefboomfinanciering, ... Met andere woorden, concrete maatregelen, concrete regulering.

En wat hebben we dan in België geleerd? Bijzonder weinig zo blijkt. Er wordt op onduidelijke wijze geschoven met bevoegdheden tussen de Nationale Bank en de CBFA (commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen). De machtsstrijd over de instellingen was belangrijker dan de inhoud van het toezicht. Twee, het systemisch risico zal worden onder de loep genomen. Goed, maar het waarnemen daarvan is in de voorbije crisis bijzonder moeilijk gebleken. Drie, er moet coherentie in de aanpak zijn tussen de regulatoren. Wel, in België was het al gedeeltelijk op die manier georganiseerd maar dat bleek niet echt te werken. Het micro- en macroprudentieel toezicht werden niet coherent aangepakt, ondanks het samenwerkingsmodel. In het ontwerp van wet dat door de regering werd goedgekeurd, staan mogelijke instrumenten om deze coherentie zelfs binnen één instelling opnieuw in vraag te stellen.

sp.a stelt vast dat er veel tijd verloren is in de discussie over de topjobs in de bankcommissie en de nationale bank. Nu al is het duidelijk aan het worden dat de banken terug bezig zijn met de opbouw van risico, zoals dat het geval was in de periode voor de crisis. Op dit moment zijn er strenge middelen nodig om die risico's tegen te gaan, en ja zelfs te verbieden zoals in Canada het geval was, en geen holle wet zonder maatregelen. Na het uitstel van de maatregelen om de bonussen aan te pakken is dit de tweede keer dat de regering blijk geeft van de problemen die zijn ontstaan door de banken niet bij de wortels  aan te pakken.

De BIS, de Bank voor Internationale Betrekkingen, heeft in de eerste week van het jaar bankiers uitgenodigd om het te hebben over de opnieuw toenemende risico's in de financiële sector. Wat werd gevreesd lijkt waar te worden. De banken zijn gered, zijn opnieuw gefocust op snel hoge winst maken, en kijken daarbij niet om. De urgentie om maatregelen te nemen schijnt ver weg. Zowel internationaal als nationaal werden heel wat verklaringen afgelegd over de aanpak van de sector, maar in de meeste gevallen blijft de uitvoering dode letter, of schuift men concretisering door naar een verre toekomst. De sector organiseert zich ook opnieuw om eventuele aanpassingen vanuit de wetgeving of door de regulatoren op te vangen met creativiteit. De bedoeling is daarbij blijkbaar om zowel een bonusstructuur te kunnen blijven hanteren die de banken zelf willen, te handelen in risicovolle producten, risicovolle producten te creëren, en alles te focussen op het snel terugbrengen van winstcijfers als hoogste prioriteit. Daarbij staan de verloning van de bankiers en de dividenden van de aandeelhouders opnieuw centraal. Het is niet anders bij andere bedrijven die vandaag ondanks hun rendabiliteit grote groepen mensen afdanken. De constante is dat al die grote bedrijven, in tegenstelling vaak tot de kleinere bedrijven; zich weinig aantrekken van hun maatschappelijke rol. Bij de banken, die aan de bron lagen van het debacle, is het dubbel zo schrijnend.

Naar de economie die een klap werd toegebracht door de banken, wordt dus niet omgekeken. De miljarden die door de Europese instanties tegen een zeer lage rente in omloop worden gebracht om de economie en de kredietverlening te laten hernemen, blijven hangen in de kassen van de banken die ze zelf aan een hoger rendement herbeleggen. Het is bijzonder cynisch te zien dat de banken die de economie een slag toebrachten en heel wat werkloosheid veroorzaakten, zelf het herstel beperken om hun eigen huis eerst te herstellen.

Ondertussen wordt geen enkel afdwingbaar signaal gegeven door de overheden opdat de banken zich ook anders zouden moeten gedragen. Ook nu niet met deze wet; en dat is meer dan een gemiste kans. Het heeft er alles van weg dat de discussies zijn blijven hangen tussen de MR en de PS op het niveau van de bevoegdheden en de postjes binnen de bankcommissie (CBFA) en de nationale bank. Het resultaat is een wet die met moeite als een kader kan worden omschreven, bol staat van de volmachten, die vaag blijft op essentiële zaken, en zelfs verwarring zaait. Maar vooral, een wet die in niets kan doen geloven dat bedrijven en gezinnen wat meer vertrouwen mogen hebben in de controle en het toezicht van de toekomst. Het is ook zeer contradictorisch te zien dat geen 'nieuw model' wordt afgelijnd, dat er nog heel wat onduidelijkheden zijn en er toch wordt gezegd dat het nieuw model van toezicht in 2011 operationeel moet zijn. Kan zo'n herstructurering wel operationeel zijn in 2011, gezien de nog grote onduidelijkheid vandaag over bevoegdheden, personeel, nieuwe werkwijze, of gaat men gewoon alles verder doen in een nieuw gebouw?

Het herstructureren van de bevoegdheden naar het zogenaamde Twin Peaks model, staat centraal in de hervorming. De uitwerking daarvan is niet voorhanden. Maar wat meer is, het louter herschikken van de bevoegdheden tussen de CBFA en de nationale bank is geen oplossing voor de problemen van het recente verleden. Het herschikken van die bevoegdheden zou nuttig kunnen zijn, zelfs in een groepering van het prudentiële enerzijds en het toezicht op de relaties financiële instelling - klant anderzijds, maar het biedt geen oplossing voor het centrale probleem, en dat is met name het identificeren van de risico's. Dat op twee niveaus : de risico's die zich ophopen in de balansen van de banken, en die in de voorbije jaren door de controle - instanties niet werden vastgesteld, en de risico's voor de consumenten, organisaties en bedrijven, die producten werden aangeleverd die vele keren risicovoller waren dan ze zelf verlangden. Daarbij was één constante : de creatie en verkoop van producten die vooral voor de bank zelf winstgevend moesten zijn, op een nietsontziende manier. Blijkbaar mag daar voor de toekomst geen verandering in worden gebracht. Het risico voor de algemene reële economie en voor de consument blijft, want daar geeft deze wetswijziging geen afdoend en concreet antwoord op. 

Alle risico's uitsluiten, beheersen of wat dan ook is een illusie. Maar de risico's die we hebben leren kennen onder controle brengen daarentegen niet. Het zou een topprioriteit moeten zijn. Maar daartoe moeten instrumenten gecreëerd worden om tot een model te komen dat de risico's op de twee niveaus onder controle te brengt.

sp.a stelt een concreet model voor dat bestaat uit drie luiken. Het bankentestament, productlabeling, en internationale systeem - en gedragsregels.

Ten eerste moet een bankentestament worden opgelegd. Dat testament komt er op neer dat de banken moeten worden verplicht om jaarlijks een plan neer te leggen waarbij ze zelf aangeven wat er moet gebeuren als het misgaat. Wat er moet gebeuren is dat de spaarmiddelen in het traditionele bankgedeelte moeten worden afgezonderd. Enkel dat deel mag nog kunnen rekenen op tussenkomsten van de overheid en dus de belastingbetaler. Als dat niet gebeurt, zullen de banken er blijven van uit gaan dat ze ongebreideld risico's mogen nemen omdat ze toch zullen gered worden. Sp.a en anderen dienden daartoe reeds voorstellen in, in het parlement, waar ze echter nog steeds niet werden behandeld. Alle traditionele bankactiviteiten moeten op die manier verzekerd worden, en het moet ook zorgen voor een beschot tegen het domino effect dat we hebben gezien , waarbij de economie wereldwijd werd en wordt getroffen.

Ten tweede moet een veel duidelijker opdracht worden gegeven aan de CBFA om de producten die op de markt komen te reguleren. Producten moeten een "gezondheidslabel" krijgen dat voor elk product duidelijk maakt hoeveel risico het bevat. De beoordeling van de producten moet dus niet langer exclusief bij de klant liggen, maar de verantwoordelijkheid van die inschatting moet mee bij de (een)toezichthouder worden gelegd. Vanuit de toezichthouder doet men vooral zijn of haar best om uit te leggen dat ze dat niet kunnen of willen, maar het is essentieel. Het indelen van de producten in risicoklassen maakt ook dat er duidelijk kan worden afgebakend welke producten echt kunnen beschermd worden (ook door de overheid) en welke niet. Momenteel is het zelfs nog steeds zo dat in een aantal landen producten 'gefabriceerd' worden die in de landen waar ze gemaakt worden niet mogen worden verkocht. Zoiets moet onmogelijk gemaakt worden.

Deze tweede stap maakt ook dat heel duidelijk kan worden afgebakend waarvoor en hoeveel kapitaal moet worden vastgelegd ter bescherming van de 'normale' producten. Dat moet zich vertalen in de kapitaalratio's van de banken in kwestie. Als ze meer risico verkopen, moeten ze meer kapitaal aanhouden. De garantie van de overheid voor spaarheld moet worden gefocust op de lage risico categorie. De bijdragen aan het fonds moeten worden bepaald door het risico dat door een bank in de markt wordt geplaatst. Als een bank er voor opteert om veel risicovolle producten in de markt te zetten, moet ze meer bijdragen aan het fonds voor de bescherming van de spaarmiddelen.

Ten derde moet het voorkomen van de crisissen inderdaad gebeuren door een internationale aanpak. Het in kaart brengen van de systemische risico's louter op nationaal niveau heeft geen zin. Zelfs in Canada waar de banken het best overleefden, was er "schade". En dat moet gepaard gaan met gedragsbepalende maatregelen zoals de G20 ze op internationale schaal beloofd heeft. Maatregelen zoals ze in Canada waren genomen zoals het plafonneren van hefboomfinanciering, zijn maatregelen die werkten. Er is geen reden waarom maatregelen die hun nut bewezen hebben niet internationaal zouden worden toegepast.

Dit geheel, dit model, zorgt er voor dat meer risico's in kaart worden gebracht door de toezichthoudende overheid. Ze legt ook op dat die overheid die verantwoordelijkheid moet nemen, iets wat na hun falend toezicht voor en tijdens de crisis zelfs een logische stap kan worden genoemd. Het zorgt er ten tweede voor dat de klant veel beter wordt geïnformeerd over de bestaande risico's. Het is geen vreemd model, in die zin dat er nu al systemen bestaan om producten in te delen in 6 risicoklassen. Alleen, tot op heden mogen de banken en verzekeraars er zelf een risicoticket op kleven, wat heeft geleid tot waanzinnige toestanden. Die waanzin verder zetten zoals men nu blijkbaar van plan is , mag geen optie zijn. Het zorgt er ten derde ook voor dat een schijnbaar onoplosbaar probleem wordt aangepakt. Niet opgelost, maar aangepakt. Toezichthouders en zelfs de bankiers zelf begrepen voor de crisis de financiële producten zelf niet meer. Dat maakte dat de modellen die het risico moesten meten, faalden. In een systeem dat gewoon zou worden verder gezet zonder verandering, zal dat probleem blijven bestaan. Geen enkel model is toereikend om het risico echt in kaart te brengen, laat staan te bepalen hoeveel kapitaal er moet tegenover staan. Door het opleggen van een testament en het labellen van de producten worden de risico's per categorie geïdentificeerd, en kan men vaststellen hoeveel kapitaal juridisch moet verankerd worden via het testament om er voor te zorgen dat de gewone spaargelden door voldoende kapitaal worden gedekt als het misgaat, terwijl de risicovolle producten de wetten van de markt zullen moeten ondergaan.

John Crombez : " de vrees dat men er alles aan zou doen om zelfs al tijdens de crisis de banken weer te laten overgaan tot de orde van de dag, is met het goedkeuren door de regering van deze wet, bewaarheid geworden. Ondanks het feit dat de parlementaire commissie een volledig en degelijk rapport leverde aan de regering over de noodzaak van instrumenten en aanpassingen, worden er geen maatregelen voorgesteld die de aanpak van de banken verbetert. Als de regering dit niet snel bijstuurt, zou het parlement het dossier weer beter bij zich nemen en de nodige maatregelen zoals het banktestament en het labelen van de producten in wetgevend werk gieten. In het andere geval zullen we ons niet moeten verbazen dat de crisis van 2008 snel kan gevolgd worden door een nieuwe crisis. Want zoals de Bank voor Internationale Betrekkingen begin 2010 vaststelde : de banken zijn weer bezig. " 

John Crombez

0478212763       

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  

Tentoonstelling 125 jaar socialisme

  • KORTRIJK:  4-11 september, Textielhuis, Rijselsestraat 19, Kortrijk (openingsuren Textielhuis), speech opening

  • KOEKELARE:  18-19 september, CC  De Brouwerij, SInt-Maartensplein 15b (openingsuren 10u-12u / 13u30-18u)

  • ROESELARE 25-26 september, ACOD, St.-Amandsstraat 112 (10u-12u / 13u30-18u)

 

Debat 'De toekomst van het socialisme'

Moderator:

  • Carl Devos-politicoloog

Pannel:

  • John Crombez-Vlaams volksvertegenwoordiger
  • Louis Tobback-gewezen voorzitter sp.a
  • Anke Gittenaer-voorzitter animo
  • Mark Elchardus-hoogleraar sociologie VUB
  • Rudy De Leeuw- voorzitter ABVV

Waar en wanneer?

Woe 22 september, 19u 30, Maritiem Instituut Mercator, Mercatorlaan 15, 8400 Oostende

 

 
 
Home
Wie is ?
Economie/Financiën
In de pers
Links
Contact
Deze week in het parlement