Aan het lange lijstje van aangekondigde bedrijfssluitingen en
banenverliezen lijkt geen einde te komen. Supermarktketen Carrefour
presenteerde gisteren een keihard saneringsplan. Maar liefst 1672 mensen
verliezen hun job, duizenden andere werknemers staat een fikse looninlevering
te wachten. Het is opnieuw een gitzwarte dag voor de tewerkstelling in
Vlaanderen.
In onzekere tijden wil iedereen aan dergelijke tragische sociale drama's
een verklaring geven. De economische experts die hun licht laten schijnen over
de ontslagen bij Carrefour, scharen zich in grote mate achter de koude
bedrijfseconomische logica die aan de basis ligt van de drastische
herstructurering. De redenering laat zich in volgende onheilsformule vatten: verlies
>>kostenbeheersing>>banen schrappen. Het beoogde resultaat is
een herstel van de rentabiliteit en niet onbelangrijk in de ganse discussie een
herstel van de aandeelhouderswaarde en de dividenden. Opmerkelijk is ook dat
commentatoren snel meegaan in de aangekondigde logica dat het snoeien nodig is
voor de verdere leefbaarheid.
Bovenstaande redenering mag dan al voor sommigen een zo goed als
mathematische zekerheid zijn, het rekensommetje is éénzijdig en kortzichtig.
Eenzijdig omdat het snelle herstel van de aandelenkoers en de winst en dus de
kost van de herstructurering op de schouders van de werknemers valt. Kortzichtig
omdat het loonkostenverhaal te kort schiet als passe-partout voor de
tegenvallende cijfers van de groep Carrefour. Het mogelijks onaangepaste
productaanbod in de winkelrekken van Carrefour is slechts een voetnoot in het
verhaal. Dat het personeel moet opdraaien voor de fouten van het management zou
inderdaad niet passen in crisiscommunicatie van het bedrijf. Wat overblijft is
de boodschap: de kostenstructuur deugt niet, het personeel kost teveel, en dus
moet er personeel afvloeien.
In meer algemene termen kunnen we stellen dat de scheeftrekking van de
verhouding tussen de shareholders en management enerzijds en de stakeholders, of
de belanghebbenden in brede zin, anderzijds vandaag opnieuw zijn tol eist. De
stakeholders, met in de eerste linie de getroffen werknemers, trekken genadeloos aan het kortste zeil. Staat
een bedrijf redden gelijk aan zo snel als mogelijk de netto winst op peil
brengen, het terug naar het niveau van voor de crisis brengen? (zie tabel
onderaan). Mag iemand de vraag stellen of het redelijk is dat die supergrote
bedrijven vlot duizenden banen mogen schrappen om hun eigen vel eerst te
redden? Om zelf bij de eersten te zijn die rendabel zijn?
Binnen de bedrijfswereld bedrijven zijn er genoeg mensen die
vinden dat het anders zal moeten dan in de voorbije twintig jaar. Dat is ook zo in de bankwereld, maar blijkbaar niet
bij degene die de beslissingen nemen en het lobbyapparaat van de grootbanken aanvoeren. Er zijn een paar
toplui die miljoenenbonussen weigeren, ondanks het feit dat hun bedrijf ze
doodleuk uitkeert en blijft uitkeren.
Maar vooralsnog blijven de grote banken er in slagen de
verandering zo te draaien dat ze gewoon verder kunnen. Zelfs tegen het belang
van de kleine banken in. Vooralsnog vegen de multinationals met een grove
borstel omdat korte termijn waarde, winst en dividend het principe bij uitstek
blijft.
Een maatschappij zou moeten in staat zijn om die bestuurders
in bedrijven aan te duiden die een gezond evenwicht tussen de diverse belangen
hoog in het vaandel dragen, die inderdaad vinden dat het een ethische en morele
kwestie is om naast winsten en dividenden ook beslissingen te nemen op langere
termijn in functie van jobs, loon, milieu ... Misschien moet er een code worden
geschreven die bedrijven overnemen en waarin dit principe staat. Een aantal
zaken van de economische orde van de voorbije twee decennia moeten we achter
ons te laten. Door regelgeving, door nieuwe instrumenten, en zelfs door een
resoluut verbod op bepaalde praktijken.